Lezers schrijven – juni 2012

Zelfexpressie
Op zaterdag 25 februari 2012 hielp ik bij een videovertoning van een lezing van Benjamin Creme in de Seijou-zaal in Tokio. De video zou om 19.00 uur beginnen en vlak daarvoor, toen ik de deur van de hoofdingang sloot, haastte een oude vrouw zich om binnen te komen. Ze was ongeveer 1,50 m lang, droeg een lange paarskleurige donzen jas en zwarte hardloopschoenen. Ik zag ook dat ze een heel interessante hoed op had. Die zag eruit als een baret, maar de helft ervan was bedekt met bont. Ze droeg twee tassen en een daarvan was een paarse rotanmand.
Ze zag er zó vreemd uit, dat ik rond keek om te zien waar ze zat. Door de opvallende hoed was het niet moeilijk haar te vinden. Ze zat op de eerste rij helemaal links. Al gauw nadat ik haar daar gezien had, begon de video. 90 Minuten later was de video afgelopen en verliet het publiek de zaal. De meeste mensen gingen snel weg, maar ik trof haar in de lobby aan in gesprek met enkele mede-groepsleden.
Ik kon niet horen waar ze over spraken, maar ze liet luidkeels van zich horen. Haar stem was hard en schril. De situatie was nogal gespannen, dus probeerde ik erachter te komen wat er aan de hand was. Ik vermoedde dat ze vragen stelde, maar dat de antwoorden haar niet overtuigden. Dus probeerden een ander groepslid en ik opnieuw naar haar vragen te luisteren. Ze praatte het meest tegen dit andere groepslid alsof ze een pleidooi hield. Verrassend genoeg duurde dit gesprek ongeveer een uur. Zij sprak over zoveel dingen dat ik me het meeste ervan niet meer kan herinneren, maar ik weet nog wel dat ze zei dat iedereen altijd probeerde haar na te doen. Wanneer ze paars draagt, dragen de buren ook paars. Als zij bepaalde bloeiende planten in de grond zet, planten de buren dezelfde bloemen. Maar het is totaal zinloos om haar na te doen en ze zeggen trouwens ook geen “Dank je”.
Ze praatte ook over het onderwijssysteem in Japan waar de regering probeert mensen hetzelfde te maken en de individualiteit van jongeren vernietigt. Ze zei tegen mij: “Hoe kun je met dit onderwijssysteem in Japan nu een Picasso maken?” Ik dacht ‘Wauw. Zij ziet er vreemd uit, maar ze is zeker enig in haar soort’ en in wat ze vertelde vond ik antwoorden op persoonlijke vragen. Ik vraag me af of deze opvallende dame Maitreya was of de Meester Jezus? Kunt u zeggen wie zij was?
T.S., Japan.
Benjamin Creme’s Meester bevestigt dat de ‘opvallende oude vrouw’ de Meester Jezus was.

Drie brieven van dezelfde persoon:
Reisverhaal I
Begin maart 2012 was ik met mijn gezin op reis in Engeland en ik zou graag bevestiging willen vragen betreffende enkele indrukwekkende ervaringen tijdens ons 14-daags verblijf.
We ontmoetten onze zoon die in Manchester had gestudeerd. Op 2 maart gingen we met z’n allen naar Stonehenge. Op die dag waren er veel toeristen. We leenden audiorondleidingen en ieder van ons wandelde vrij rond, terwijl we naar het commentaar luisterden. Er was voor toeristen een pad om Stonehenge heen en toen ik halverwege dat pad was, zag ik een oude dame aan de kant van de weg stilstaan en zich op het centrum van Stonehenge concentreren. Op de een of andere manier voelde ik me tot haar aangetrokken. Zij keek en glimlachte naar me, wat me verbaasde en tegelijkertijd met veel vreugde vervulde. Ik beantwoordde haar glimlach bij wijze van groet. Zij leek op een gedistingeerde Britse dame, waarschijnlijk omstreeks 65 jaar oud, en droeg een lange zwarte cape met capuchon. In haar hand hield ze een lange wandelstok. De bovenkant daarvan was vanuit het midden gespleten en als de twee hoorns van een geit naar beneden gebogen. Het was prachtig vakmanschap. Over het geheel zag ze er excentriek uit. Zelfs nadat ik haar gepasseerd was, kon ik niet nalaten uit nieuwsgierigheid vele malen naar haar om te kijken. Ze leek volkomen stil te staan zelfs in de koude wind en dat deed me denken dat ze misschien op een geestelijke missie was. Was deze dame een bijzondere persoon?
Benjamin Creme’s Meester bevestigt dat de ‘dame’ de Meester Jezus was.

Reisverhaal II
Op 8 maart liepen we door Londen. Op weg van Westminster Cathedral naar de Big Ben kwamen we langs de Parlementsgebouwen die zwaar bewaakt werden. Het leek me dat gewone mensen daar niet binnen konden komen, dus liepen we door. Op dat moment kwam er een jongeman naar ons toe en zei, wijzend naar het hek: “Als jullie daarheen gaan, kun je dit gebouw binnengaan. Dat kan echt.” We aarzelden een beetje, maar na zijn vriendelijke woorden besloten we daar een bezoek te brengen. We mochten zonder enig probleem naar binnen. Terwijl we de route voor bezoekers volgden, zagen we tot onze verrassing de jongeman ook in de rij staan. Hij vroeg waar we vandaan kwamen. Toen mijn man antwoordde en zei “Japan”, knikte hij en lachte stralend. Hij maakte een erudiete en wijze indruk. Hij was slank en lang, ongeveer 35 jaar en droeg een bril. Zijn mooie kwaliteit lange wollen jas stond hem erg goed. Zijn goedgeknipte kastanjebruine haar en zuivere blanke huid waren perfect verzorgd en schoon. Later verloren we hem uit het oog, maar kregen onverwachts de gelegenheid om een kijkje te nemen in het gebouw van het Hogerhuis en het debat dat daar gaande was, gade te slaan. We hadden dit allemaal te danken aan de fantastische, inspirerende jongeman. Was hij een bijzondere persoon?
Benjamin Creme’s Meester bevestigt dat de ‘jongeman’ de Meester Jezus was.

Reisverhaal III
Terwijl we na ons bezoek aan het Parlementsgebouw over de Westminster-brug liepen, hoorde ik plotseling een stem die hard iets riep. Ik was verbaasd en keek om en zag een oude zigeunerachtige dame met een zwarte sjaal die naar mijn man schreeuwde. Tot mijn verbazing was haar houding waardig, ondanks dat ze zich als een bedelaar gedroeg. Zij schreeuwde boos: “Een beetje geld, een beetje geld, voor de kinderen!” Haar gedrag deed mijn man verstomd staan. Zodra hij weer tot zichzelf was gekomen en haar wat geld had gegeven, liep ze weg. De volgende ochtend, toen we in Hyde Park wandelden, zei mijn man: “Ik gaf de oude dame gisteren drie pond en ze zei niet eens: “Dank u.” Toen herinnerde ik me wat mijn zoon me had verteld, namelijk dat iemand in het VK mag stelen om te overleven. Het leek me dat dit voorval hem diep in zijn hart had geraakt. Was de oude bedelares een bijzondere persoon?
H.H., Gifu (Japan).
Benjamin Creme’s Meester bevestigt dat de ‘zigeunerdame’ de Meester Jezus was.

Tafelgesprek
In november 2006 had ik een vreemde ontmoeting in het restaurantje bij de Krishna-tempel in Los Angeles. Toen ik daar die avond binnenliep, zag ik een Indiase man die erg op Gandhi leek. Hij lachte naar me en nadat ik mijn bord opgeschept had, zocht ik een plaats. Hij zat in een afgescheiden gedeelte en wenkte naar me om bij hem te komen zitten. Omdat we beiden honger hadden, aten we een poosje in stilte. Ik was in een vreemde bijna verheven staat, wat ik toeschreef aan de CD met Indiase zang die gespeeld werd als sfeermuziek.
Toen keek deze man me aan en begon me te ‘lezen’, waarbij hij opmerkingen tegen me maakte over mijn karakter, persoonlijke situatie en persoonlijke leven. Dit duurde ongeveer 15 minuten, op een heel natuurlijke, bijna terloopse manier, waarbij we aten, spraken en weer aten. Mijn denken was rustig, aanvaardend in het nu. Ik noemde zijn gelijkenis met Gandhi en hij schertste dat hij dat vaak hoorde. Ik merkte op dat ik in de buurt woonde, maar hem nog nooit eerder gezien had. Hij zei dat hij heel vaak hier was geweest, maar nu niet meer. Hij was vriendelijk, maar niet frivool.
Aan het eind zei hij dat hij moest gaan. Hij boog naar me en zei: “Ik buig voor je wijsheid, je mededogen en je schoonheid.” Ik aanvaardde zijn lof, maar voelde me niet trots. De energie was wat ik nu intiem zou noemen.
Pas de volgende dag kwam ik uit die staat en begon werkelijk na te denken over wat er gebeurd was. Misschien was mijn verheven staat niet alleen te danken aan de muziek. Ik heb uw werk jaren gevolgd en herkende de overeenkomsten met ontmoetingen met de Groten. Was dit een ontmoeting met Maitreya?
R.R.R., Venice (CA, VS).
Benjamin Creme’s Meester bevestigt dat de man de Meester Jezus was.

Symbolisch geschenk
Na het vragen-en-antwoorden gedeelte van de jaarlijkse lezing in Spanje, op 3 maart 2012 in Barcelona, gingen mijn vrouw en ik naar het restaurant waar de Spaanse groepsleden de avondmaaltijd zouden gebruiken. Op weg daarheen, op de hoek van Passeig de Gracia, stonden we stil omdat we niet zeker wisten of we wel de goede kant opgingen. Ik probeerde daar achter te komen met mijn mobiele telefoon, toen een jonge Afrikaanse man, die kleine handnijverheidsspulletjes uit Afrika verkocht, naast ons stilstond. Na ons te hebben begroet, vroeg hij of hij met ons kon praten. Toen we bevestigend antwoorden vertelde hij dat, hoewel er veel mensen op straat waren, hij bij ons stilstond om te praten omdat wij goede mensen waren. Toen zei hij dat het een grote dag voor Afrika was en vertelde ons dat de kleine figuurtjes van een olifant met zijn slurf omhoog een symbool van geluk waren. Hij zei weer dat we goede mensen waren en een gelukkig echtpaar.
Op een bepaald moment vroeg hij wie van ons tweeën de dominante partner was. Kijkend naar onze gezichtsuitdrukking zei hij: “Geen van jullie, dat is goed.” Toen zei hij: “De kinderen van Afrika zenden jullie een geschenk,” en zich tot mij richtend, zei hij: “Ik zal het aan u geven zodat u het aan haar kunt geven.” Toen gaf hij me een klein roodachtig figuurtje. Het was een zittend olifantje met de slurf omhoog en een grote bal tussen zijn poten. Zodra hij het aan me had gegeven, zei hij: “Geef het aan haar,” en dat deed ik. Toen richtte hij zich tot mijn vrouw en raadde haar aan: “Leg het onder uw kussen en wacht af wat er gebeurt.” Toen nam hij afscheid, schudde ons uitbundig de hand en vroeg aan me”: “Is er iets voor de Afrikaanse kinderen?” Ik deed mijn hand in mijn zak en gaf hem wat geld. Zonder naar het geld te kijken, stopte hij het in zijn zak en ging weg.
Wij waren het er allebei over eens dat de jonge Afrikaanse man een aanstekelijke en vreugdevolle manier van doen had. Was hij een bijzondere persoon of gewoon een erg aardige en vriendelijke jongeman?
S.R., Cadiz (Spanje).
Benjamin Creme’s Meester bevestigt dat de ‘jonge Afrikaanse man’ de Meester Jezus was.

Geachte redactie,
Deze foto toont een Franse munt uit 1680. Aan de ene kant van de munt lijkt een afbeelding van een ufo te staan met de Latijnse inscriptie “opportunus adest”. De munt was in die tijd in Frankrijk wettig betaalmiddel.* 1) Wie besloot om de munt met die afbeelding en inscriptie te laten slaan? 2) Was het iemand die zich bewust was van het bestaan van de Ruimtebroeders? 3) Was het zijn bedoeling om een blijvend teken van de historische relatie met Hen te geven?
S.M. (Argentinië).
*De inscriptie is vertaald als: “Op het juiste ogenblik gekomen”. Deze munten werden al in 1656 geslagen. (Bron: thelivingmoon.com)
Benjamin Creme antwoordt: 1) De munt werd geslagen door Lodewijk XIV, koning van Frankrijk, om de gebeurtenis te herdenken dat dit voorwerp door duizenden aan de hemel werd gezien. Het was een ruimteschip van Mars. 2) Ja. 3) Ja.

You can follow any responses to this entry through the RSS 2.0 Both comments and pings are currently closed.