Werken aan een kernwapenvrije wereld

interview met Paul Ingram door Meryl Tihanyi

De British-American Security Information Council (Brits-Amerikaanse Raad voor informatie over veiligheid; BASIC), een in het VK en de VS gevestigde denktank die in 1987 werd opgericht, hanteert een inclusieve, onpartijdige en dialooggerichte aanpak ter bevordering van nucleaire ontwapening en non-proliferatie. Paul Ingram, sinds 2007 uitvoerend directeur van de groep, heeft sinds 2002 een aantal van BASICs rapporten en inlichtingen geschreven over verschillende nucleaire en niet-nucleaire kwesties. Ingram presenteerde ook een programma op IRINN (het Islamic Republic Iran News Network) dat zich richtte op kwesties die relevant zijn voor de wereldwijde veiligheid, en hij onderwees leiderschapsvaardigheden voor hogere ambtenaren aan de Britse National School of Government. Meryl Tihanyi interviewde hem voor Share International.

Share International: Voordat we het werk van BASIC bespreken, kunt u iets zeggen over de huidige situatie met Noord-Korea en wat er gedaan zou kunnen worden om de situatie op een vreedzame wijze op te lossen?
Paul Ingram: Het lijkt erop dat Noord-Korea nu tevoorschijn komt met een effectief nucleair afschrikmiddel, naast zijn bestaande conventionele slagkracht die al in staat was verwoestingen in Zuid-Korea aan te richten. Andere staten moeten accepteren dat de relatie met Noord-Korea gebaseerd is op afschrikking en moeten voorlopig strategische stabiliteit nastreven.
Maar dit betekent ook dat de VS de strategie van intimidatie en dreigen met oorlog moeten nalaten in antwoord op de ontwikkeling van de militaire capaciteiten van Noord-Korea en in plaats daarvan een dialoog opzetten, teneinde naar beide kanten een zekere vorm van vertrouwen te bieden. De Noord-Koreanen zijn al een aantal decennia op zoek naar een dergelijke dialoog. Het is tijd om op deze basis met hen om de tafel te gaan zitten en te stoppen met denken dat we hen kunnen intimideren tot ze zich overgeven.

SI: Waarop is BASICs werk in de eerste plaats gericht?
PI: BASIC is een denktank met een agenda: vooruitgang boeken op het gebied van nucleaire ontwapening door met regeringen en andere belanghebbenden te werken aan het overwinnen van obstakels voor nucleaire ontwapening.
We doen dit met het idee dat regeringen vasthouden aan kernwapens omdat ze zich in hun bestaande nucleaire doctrines gevangen voelen; dat er veel angst is die hen verhindert de verknochtheid aan wapens op te geven, waarvan zij menen dat ze van essentieel belang zijn voor hun nationale veiligheid; dat er ook veel gehecht wordt aan de macht die ze met zich meebrengen – de status en het besef dat kernwapens de ultieme vorm van valuta in de internationale gemeenschap zijn – de valuta van de macht.
Wat we proberen te doen is begrippen als verantwoordelijkheid en multilaterale samenwerking aan de situatie toe te voegen, zodat regeringen een sterker besef van hun eigen rol krijgen bij het creëren van de voorwaarden die kunnen leiden tot nucleaire ontwapening.
We doen dit door mensen in dialoog bijeen te brengen en door te proberen de complexe dimensies van de valkuilen waarbij regeringen betrokken zijn beter te begrijpen. We vermijden preken of specifieke oplossingen, die alleen maar bijdragen aan de complexiteit en onenigheid over hoe we vooruit komen. Eerder streven we ernaar zo te werken dat regeringen vertrouwen in onze agenda en manier van aanpak krijgen, zodat we op dat vertrouwen kunnen voortbouwen om mogelijkheden voor vooruitgang te creëren.

Vermindering van nucleaire dreiging
SI: Met wie werkt BASIC op deze manier en hoe begint u deze discussies?
PI: In de Verenigde Naties bouwen wij relaties met verschillende landen op, evalueren hun bestaande posities, hun beleid en benaderingen, en proberen ze te helpen de bruikbaarheid die ze aan kernwapens hechten te beperken.
Wij werken samen met het VK en de VS, evenals Rusland en andere Europese staten. We werken ook in het Midden-Oosten en Zuid-Azië. Met het VK en de VS werken we op verschillende niveaus, met hun ministeries van Buitenlandse Zaken, en bekijken hoe zij de nucleaire wapendiplomatie benaderen; waarbij we proberen een stapsgewijze aanpak van wapenbeheersing aan te moedigen, hun succes te waarderen en voorstellen te doen die hun prestaties om verder te gaan stimuleren. We werken ook samen met defensiefunctionarissen, waarbij we kijken naar een aantal onbedoelde gevolgen van het inzetten van kernwapensystemen en benadrukken sommige gevaren die verbonden zijn aan de inzet ervan.
In het Midden-Oosten hebben we in de loop der jaren gekeken naar de obstakels voor een massavernietigingswapen (MVW)-vrije zone in de regio. We werken samen met functionarissen van de Golfstaten om vertrouwen te creëren in een internationale aanpak die de nucleaire veiligheid en beveiliging ziet als een manier om een regionale dialoog met Iran op te zetten. Daar hebben we, samen met Iraanse functionarissen, een alternatief gecreëerd als uitdaging op het huidige systeem dat gebaseerd is op het ontwikkelen van nucleaire technologieën, die slechts angst en reactie opwekken, en in plaats daarvan hebben we alternatieve technologieën en strategieën gekozen.
Met de Russen zijn we bezig met het organiseren van een aantal rond-de-tafel gesprekken in Moskou om de perspectieven rond het gebruik van kernwapens en alternatieve benaderingen voor dialoog met het Westen te overwegen. We hebben ook in Europa rond-de-tafel gesprekken georganiseerd met NAVO-bondgenoten om te praten over hoe ze hun gehechtheid aan de inzet van tactische kernwapens in Europa kunnen verminderen, die bedoeld is om de Amerikaanse inzet voor Europese veiligheid te garanderen en ervoor te zorgen dat de Russen hun nationale veiligheid niet kunnen bedreigen.
We publiceren ook een rapport over het debat in Finland over landmijnen, als voorbeeld van een staat die haar defensiemacht opgaf welke ze als essentieel beschouwde voor haar nationale veiligheid tegenover Rusland, omdat men uiteindelijk meende dat de nationale veiligheid meer gebaat is bij een sterkere, meer samenhangende internationale gemeenschap waarin de meeste staten vinden dat er geen plaats voor landmijnen is.
Dus op het gebied van kernwapens onderzoeken we, per land en per regio, manieren om vraagtekens te plaatsen bij de heersende veronderstelling dat kernwapens veiligheid en macht opleveren. We werken samen met functionarissen bij het zoeken naar alternatieve manieren om hun doelen te bereiken zonder de internationale veiligheid te ondermijnen of in een wapenwedloop te vervallen.

Verbod op kernwapens
SI: Onlangs werd bij de VN een internationaal akkoord over het verbod op kernwapens ondertekend (Verdrag betreffende het verbod op kernwapens, 7 juli 2017 – het verbodsverdrag; zie blz. 12). Wat waren de hoofdpunten en hoe belangrijk vindt u het dat we ons in de richting van een wereld zonder kernwapens bewegen?
PI: De stap die bij de Verenigde Naties werd overeengekomen, is een verdrag voor te stellen dat vanaf 20 september 2017 openstaat voor ondertekening.
Elke lidstaat van het verdrag verbindt zich ertoe geen kernwapens te ontwikkelen of in te zetten, geen onderzoek ernaar te verrichten en geen activiteiten te verrichten die het bestaan van kernwapens ondersteunen. Dat is een vrij ruime formulering en kan een probleem vormen voor landen om dit verdrag te ondertekenen die ook betrokken zijn bij bondgenootschappen of groepen van landen die expliciet afhankelijk zijn van kernwapens voor hun defensiedoctrine.
Dit verdrag is een stap op de lange weg naar een kernwapenvrije wereld. Het zal niet van de ene op de andere dag gebeuren. Het zal niet zo zijn dat de staten met kernwapens deze zonder slag of stoot zullen opgeven en zich ervan zullen ontdoen. Maar het zal onvermijdelijk enige diplomatieke druk uitoefenen op staten die gehecht zijn aan nucleaire afschrikkingsmiddelen, hoewel bepaald geen sterke en krachtige druk. Het verdrag heeft het meeste effect als staten het zien als een symbool van frustratie.
Kernwapens zelf zijn symbolen van bereidheid van staten om onaanvaardbare niveaus van bedreiging aan te gaan, wat gelijk staat aan terrorisme om veiligheid te verkrijgen. Staten met kernwapens proberen hun nationale veiligheid te versterken door andere staten te bedreigen met totale vernietiging. En dat bevat veel tegenstrijdigheden.
Staten die deelnemen aan het verdrag om kernwapens te verbieden, proberen een signaal te sturen dat ze in de 21e eeuw onacceptabel zijn. Het is een uitnodiging aan staten die kernwapens bezitten om te werken aan processen om uit die val te ontsnappen en andere middelen te vinden om hun veiligheid zeker te stellen of te erkennen dat deze poging om veiligheid te verzekeren door middel van wederzijdse vernietiging in wezen met zichzelf in tegenspraak en onhoudbaar is.
….
Vooruitgang
SI: Zijn er in de afgelopen jaren voorbeelden van vooruitgang met nucleaire ontwapening die een gevoel van hoop of iets van een model kunnen bieden?
PI: Er zijn voorbeelden van ontwapening en internationale afspraken:
• Zuid-Afrika had een klein arsenaal van kernwapens die ze hebben ontmanteld waarna het de IAEA (Internationaal Atoomenergieagentschap) uitnodigde om dit te verifiëren.
• Voormalige Sovjetstaten hadden kernwapens op hun grondgebied, die alle kort na het einde van de Koude Oorlog naar Rusland werden verscheept, ook die uit Oekraïne.
• Er is een aantal staten die kernwapenprogramma’s hadden, maar die hebben opgegeven. Dit betreft onder meer Zweden, Zwitserland, Brazilië, Argentinië, Taiwan en Zuid-Korea.
• Kernwapenvrije zones omspannen een groot deel van de wereldbol, waarbij landen zich verplicht hebben om geen kernwapens te verwerven en verificatieprocessen zijn aangegaan, teneinde het vertrouwen te bevorderen.
• Op de herzieningsconferentie in 2010 voor het Verdrag betreffende de Non-Proliferatie van Kernwapens (NPT) [het internationale verdrag betreffende kernwapens] is unaniem een 64-puntenplan aangenomen om verdere nucleaire ontwapening, non-proliferatie en het verantwoordelijke gebruik van kernenergie te bevorderen.
In het verleden hebben we een aantal wapencontroleovereenkomsten gehad, de meest recente is het START II- akkoord inzake strategische wapenvermindering tussen de VS en Rusland, dat in 2011 in werking is getreden en dat het aantal strategische kernkoppen en draagsystemen beperkte, alsmede overeenstemming bereikte over de verificatieprocessen. Tijdens de Koude Oorlog was het buitengewoon hoe in tijden van diep wantrouwen de tegenstanders in staat waren om te komen tot verregaande wapenbeheersingsmaatregelen, die aantonen dat vertrouwen niet essentieel is voor onderhandelingen – hoewel het natuurlijk wel helpt.

Volgende stappen
SI: Wat zijn de volgende geplande stappen voor inspanningen om kernwapens wereldwijd te verbieden?
PI: De [anti-kernwapens] campagnes zullen zich richten op pogingen om zo veel mogelijk landen het Verbodsverdrag te laten ondertekenen en te ratificeren. Er zal bijzondere aandacht worden besteed aan staten die indirect kunnen worden geassocieerd met nucleaire afschrikmiddelen – bondgenoten en anderen.
Er zullen groepen zijn die de kernwapenstaten willen aanmoedigen om dit verdrag niet te ondertekenen, maar om zich juist meer in te spannen voor wapenbeheersing en een andere houding tegenover kernwapens. Een voorbeeld zou zijn om opnieuw te kijken naar de mogelijkheid dat staten verklaren dat zij niet als eerste kernwapens zullen gebruiken, of dat zij andere staten krachtiger garanties willen bieden dat zij geen kernwapens zullen gebruiken, tenzij in bijzonder extreme omstandigheden; of dat zij zich zullen inzetten voor verdere wapenbeheersing of vermindering van het aantal geïnstalleerde kernwapens; of afstand doen van kernwapensystemen die instabiel zijn. Er zijn verschillende stappen die nucleair gewapende staten kunnen nemen.
We zullen een dialoog aangaan met een aantal nucleaire staten over wat het betekent om in de 21e eeuw een verantwoordelijke nucleair gewapende staat te zijn. Er zullen ook initiatieven komen om spanningen vanuit een regionaal perspectief te bekijken.
Maar in de aanloop naar de conferentie in 2020 over herziening van het NPT, is het waarschijnlijk dat het grootste deel van de aandacht gevestigd zal zijn op het Verbodsverdrag – hoeveel staten dat ondertekenen en wat er vervolgens zal gebeuren.

SI: Is er verder nog iets wat u kwijt wilt?
PI: Ik beschouw kernwapens als een van de duistere holen van de menselijke conditie. Ze komen uit een plek van extreme angst en verlangen naar macht en dominantie. Als we dit probleem kunnen aanpakken en aan de zichtbaar geworden gevaren van kernwapens kunnen ontsnappen, als we manieren kunnen vinden om uit dit probleem te komen, hebben we een aantal belangrijke manieren gevonden om samen te werken. Dat is op zichzelf belangrijk, maar ook belangrijk als vraagstuk om manieren te vinden in de richting van een positievere manier van leven.

Meer informatie: basicint.org

You can follow any responses to this entry through the RSS 2.0 Both comments and pings are currently closed.